Skip to main content
Springer logoLink to Springer
. 2026 Jun 4;104(3):183–187. [Article in Dutch] doi: 10.1007/s12508-026-00499-z

Ontwerpend onderzoek met professionals in het sociaal domein

Design research with social care and community professionals

Insights from the development of a resource guide on early detection of gambling problems

Elsbet Lodenstein 1,✉, Jans Berden 1, Janneke ten Kate 1
PMCID: PMC13558337  PMID: 42724107

Abstract

Recognizing and addressing gambling-related problems, and referring to appropriate care, is complex for social professionals. Having a wide range of responsibilities, problem gambling is not always their priority concern. Based on design research, we developed a resource guide that includes knowledge, advice, and tools to detect and tackle problem gambling. In four iterative phases of exploring, defining, developing, and delivering, we co-created the guide together with professionals in education, community and youth work, and debt counselling, as well as with prevention and gambling experts, and individuals with lived experience. In this article, we reflect on the lessons learned, opportunities and challenges of this approach.

Keywords: Design research, Early detection, Addiction prevention, Gambling problems, Gambling harm, Social and community care

Inleiding

Sinds de landelijke legalisering van online gokken in 2021 zijn zorgen ontstaan over een mogelijke toename van gokproblemen onder mensen die daar kwetsbaar voor zijn, zoals jongeren, ouderen en mensen met een lager inkomen. Gokproblemen leiden niet alleen tot financiële problemen, maar, zeker bij een gokverslaving, ook tot psychische, sociale en werk- of schoolgerelateerde problemen. Het terugdringen van gokproblemen en gokgerelateerde schade is daarom van belang voor de volksgezondheid. Dit is een maatschappelijke uitdaging waarvoor zowel welzijns-, preventie- en zorgorganisaties als de (lokale) overheid verantwoordelijk zijn [1].

Mensen met gokproblemen zoeken zelf vaak geen of te laat hulp, bijvoorbeeld uit schaamte of angst voor stigmatisering. Daarom is het belangrijk dat professionals in het sociaal domein vroegtijdig signalen van gokproblemen kunnen herkennen en het gesprek erover aangaan [2, 3]. Dit wordt bemoeilijkt omdat deze professionals meerdere verantwoordelijkheden hebben en doordat hun kennis over gokken vaak beperkt is [4]. Ook wordt gokken in onze maatschappij nog steeds gezien als een geaccepteerde vorm van ontspanning en entertainment. Het normaliseren van gokken in media en advertenties kan bijdragen aan de acceptatie ervan, wat vroegsignalering bemoeilijkt [5]. Wanneer het lukt om gokproblemen te signaleren, is adequaat actie nemen bovendien ingewikkeld. Hoe bespreek je je observaties en vermoedens met bewoners, mensen met een hulpvraag of je cliënt, en wanneer en hoe benader je anderen, zoals familieleden en andere zorgverleners? Een beperkt inzicht in de route naar hulp bemoeilijkt het handelingsperspectief onder professionals.

Er bestaan verschillende interventies voor de preventie en vroegsignalering van gokproblemen of gokgerelateerde schade, zoals korte screeninginstrumenten, zelftests of lesprogramma’s voor middelbare scholen of beroepsopleidingen. Bestaande kennis en interventies zijn echter niet of onvoldoende bekend onder een brede groep professionals in de zorg en maatschappelijke ondersteuning, en onvoldoende vertaald naar hun werkcontext [2]. Wat moeten professionals in het sociaal domein weten en ondernemen om gokproblemen te herkennen en te bespreken, en hoe kunnen ze vroegtijdig samenwerken met de verslavingszorg? Wanneer er nog weinig bekend is over verschillende facetten van een maatschappelijk vraagstuk en er nog geen passende aanpak is ontwikkeld, kan ontwerpend onderzoek behulpzaam zijn [6].

Onderzoeksinstituut IVO en de preventieafdelingen van de verslavingszorginstellingen Mondriaan, Brijder en Jellinek hebben samen met professionals en ervaringsdeskundigen ontwerpend onderzoek gedaan om te komen tot een informatieve handreiking (https://www.platform31.nl/artikelen/gokproblemen-signaleren-bespreekbaar-maken-en-samenwerken/) voor de vroegsignalering van gokproblemen. Het project werd gefinancierd door ZonMw.

In dit artikel bespreken we hoe we de principes van ontwerpend onderzoek hebben toegepast. Na een korte bespreking van de handreiking en onze werkwijze reflecteren we op de knelpunten die we onderweg zijn tegengekomen en de inzichten over ontwerpend onderzoek die we daaruit hebben opgehaald.

Handreiking vroegsignalering gokproblemen

De handreiking is een interactief document waarin makkelijk te navigeren is en dat breed inzetbaar is binnen het sociaal domein. Het bevat informatie over gokken, ervaringsverhalen en informatie over risicofactoren. Ook zijn er concrete tools en tips te vinden om gokproblemen te herkennen en te bespreken, en om door te verwijzen naar, en samen te werken met, verslavingszorginstellingen.

In dit project combineerden we diverse kennisbronnen. Professionele expertise heeft de nadruk gekregen in de handreiking, omdat het eindproduct bedoeld is voor die doelgroep en daarom qua taal, kennis en dagelijkse praktijk bij hen aan moet sluiten. Ervaringskennis is verwerkt in paragrafen over signaleren en risicofactoren, maar ook in de gesprekstips en basishouding. Daarnaast zijn op basis van ervaringsverhalen fictieve persona’s gecreëerd en toegevoegd aan de handreiking, die kunnen helpen bij het signaleren van gokproblemen en bij gespreksvoering. Wetenschappelijke kennis is verwerkt in onder andere tools en cijfers over gokgedrag [7].

Ontwerpend onderzoek om te komen tot de handreiking

Om de handreiking op maat te ontwikkelen en toepasbaar te maken voor de verschillende groepen professionals, lieten we ons inspireren door de double diamond (https://www.designcouncil.org.uk/resources/the-double-diamond/) van ontwerpend onderzoek. Deze methode onderscheidt vier iteratieve ontwerpfasen van divergerend en convergerend werken: ontdekken, definiëren, ontwikkelen en opleveren (zie fig. 1). In plaats van lineair kunnen de fasen cyclisch verlopen en variëren in duur en intensiteit. In de double diamond is het essentieel om tussentijds definities en resultaten te toetsen en opnieuw vorm te geven. We deden dat met de eindgebruikers van de handreiking: verslavingspreventiewerkers en professionals uit het mbo, schuldhulpverlening, buurtwerk en jongerenwerk.

Figuur 1.

Figuur 1

De double diamond van ontwerpend onderzoek

Hieronder vatten we het verloop van deze vier iteratieve ontwerpfasen samen.

1. Ontdekken

De startfase bestond uit deskresearch naar bestaande tools en interventies voor voorlichting, vroegsignalering en aanpak van gokproblemen of aanverwante problematiek, zoals middelengebruik en gamen. Dit overzicht vormde een brede basis waarin de beschikbare kennis over interventies op scholen, in de wijk (buurtwerk of jongerenwerk), in de eerstelijnszorg en schuldhulpverlening werden opgenomen, en waaruit een lijst van mogelijk voor de handreiking relevante bronnen werd gedistilleerd. Daarnaast voerden we een praktijkanalyse uit aan de hand van interviews met mensen met ervaringskennis (vier), met een preventiedeskundige, en aan de hand van focusgroepen met ervaringsdeskundigen (één) en met professionals in het onderwijs, de schuldhulpverlening en het jongerenwerk (drie). We werkten vanuit de vragen ‘Hoe ervaren mensen met gokproblemen hun situatie en de weg naar informatie en hulp?’ en ‘Wat hebben professionals nodig om gokproblemen vroegtijdig te signaleren?’

2. Definiëren

De inzichten uit de ontdekfase leidden tot een probleemdefinitie en afbakening van kennisbehoeften van professionals, en tot aanknopingspunten voor het opstellen van de handreiking. In een brainstormsessie met het onderzoeksteam vertaalden we de behoeften uit het werkveld tot kennis over vijf handelingsthema’s, die besproken zijn met het projectteam: 1) definities van gokken en het belang van vroegsignalering; 2) signalen van probleemgokken; 3) het gesprek over gokken aangaan; 4) het belang van vinger-aan-de-pols monitoring; en 5) doorverwijzen: wanneer en naar wie? Ook leidde deze analyse tot twee overkoepelende thema’s: 1) samenwerking tussen professionals; en 2) de rol van naasten (familie en vrienden) bij het ondersteunen van mensen met gokproblemen.

3. Ontwikkelen en toetsen

De vijf handelingsthema’s koppelden we in samenwerking met het projectteam aan een e‑learning over gokproblematiek, die in dezelfde periode ontwikkeld werd door Jellinek en de GGZ Ecademy. De e‑learning is in deze periode geaccrediteerd en gratis openbaar toegankelijk gemaakt. Ze vormde een belangrijke kennisbron voor de handreiking. Daarnaast verwerkten we kennis van het Expertisecentrum Gokken van het Trimbos-instituut, een selectie van de meest relevante tools die we vonden in fase 1, en andere bestaande kennis die versnipperd beschikbaar was. Voor de vorm en lay-out lieten we ons inspireren door vergelijkbare handreikingen, over bijvoorbeeld alcoholgebruik onder jongeren (https://www.herkenalcoholproblematiek.nl/nieuws/handreiking-voor-signalering-screening-en-kortdurende-interventie-van-risicovol-alcoholgebruik-bij-jongeren/) en financiële problemen in de wijk (https://www.platform31.nl/wp-content/uploads/2023/02/De_eindjes_aan_elkaar_knopen_De_update.pdf). De verzamelde inzichten en bronnen verwerkten we in een eerste visuele opzet van de handreiking. Deze eerste opzet werd via meerdere iteraties met professionals aangepast en verrijkt, om beter aan te sluiten bij de behoeften van de praktijk.

We startten met een iteratie over de inhoud van de opzet, via een interactief online webinar met mbo-professionals, buurt- en jongerenwerkers en schuldhulpverleners. Iedere beroepsgroep besprak vragen, opmerkingen, aanvullingen en behoeften voor de handreiking. In de plenaire sessie vertaalden we alle inbreng in specifieke behoeften en wensen van de diverse professionals. Er bleek bijvoorbeeld behoefte te zijn aan voorbeeldvragen en de zelf in te vullen netwerkkaart. Tot slot bespraken we de gewenste vorm en lay-out van de handreiking en aandachtspunten voor de toepassing, inbedding en verspreiding ervan.

Op basis van dit webinar verscherpten we de handelingsthema’s. We besloten drie handelingsstappen voor professionals centraal te stellen: 1) het signaleren van risicovol gokgedrag; 2) het voeren van gesprekken over gokken en 3) doorverwijzen en samenwerken. Daarnaast besloten we verdiepingsthema’s waar behoefte aan was in een aparte sectie onder te brengen.

De opbrengst van het webinar verwerkten we in een tweede conceptversie van de handreiking waarop we feedback en verbetersuggesties verzamelden van het projectteam en de stuurgroep. De stuurgroep bestond uit preventiedeskundigen van Jellinek, Mondriaan, Brijder en AGOG (andere personen dan de projectgroepsleden).

Naar aanleiding van deze feedback creëerden we een derde conceptversie. Deze legden we in groepsinterviews voor aan nog niet eerder betrokken professionals en preventiewerkers. We haalden een breed scala aan meningen op over bruikbaarheid, toepasbaarheid en effectiviteit van de handreiking door heel Nederland. Hieruit distilleerden we enkele kleinere verbeterpunten en aanvullingen. Zo verwijderden we formele screeningsvragenlijsten, omdat die niet relevant zijn in de praktijk van de betrokken professionals in het sociaal domein, en breidden we informatie over illegale goksites uit. Ook voegden we ervaringsverhalen toe om bij te dragen aan de bewustwording van het maatschappelijke probleem van gokproblemen en de schade daarvan.

4. Opleveren

De vierde en laatste conceptversie van de handreiking werd door de eerder betrokken professionals in de eigen organisaties (het mbo-onderwijs, het jongerenwerk, het buurtwerk en de schuldhulpverlening) doorlopen, besproken en getoetst aan eerder gegeven input en behoeften. We interviewden per organisatie één afgevaardigde over de ervaringen van dit proces in hun organisatie. Naar aanleiding van de laatste feedback die daaruit vloeide creëerden we de definitieve versie. Een los te downloaden visuele samenvatting van de handreiking was een van de laatste aanvullingen.

Lessen over ontwerpend onderzoek

1. Ontwerpend onderzoek laat ruimte voor een diversiteit aan mogelijke eindproducten

Ontwerpend onderzoek gaat uit van een diversiteit aan mogelijke eindproducten. Dit kunnen visuele, tekstuele, interactieve, beeld- of audiogebaseerde producten zijn, afhankelijk van de behoeften en communicatievoorkeuren van eindgebruikers. In ons project stond vanaf het begin vast dat de handreiking een tekstueel eindproduct zou worden. De vroege keuze voor deze vorm werd in de projectaanvraagfase gemaakt in overleg met de projectpartners en daarbij aangesloten preventiedeskundigen, zonder overleg met de eindgebruikers: professionals uit het mbo-onderwijs, het jongerenwerk, het buurtwerk en de schuldhulpverlening. De preventiedeskundigen hebben geregeld contact met professionals uit de verschillende beroepsgroepen en namens hen is bepaald dat een tekstueel eindproduct het meest geschikt zou zijn om hen van kennis en handelingsperspectief te voorzien.

Desondanks leverde de vooraf gemaakte keuze voor een tekstueel product een spanningsveld op met betrekking tot het doel van ontwerpend onderzoek, omdat deze aanpak de ruimte voor het creatief zoeken naar en testen van alternatieven beperkte. Doordat we de double diamond meermaals iteratief hebben doorlopen, hebben we wel meerdere bijproducten kunnen ontwikkelen waar behoefte aan bestond, zoals persona’s op basis van ervaringsverhalen, een visuele samenvatting en een netwerkkaart. Deze staan op zichzelf en kunnen dus individueel worden uitgeprint en gebruikt in de praktijk.

2. Ontwerpend onderzoek is een continu proces

Figuur 2 laat het uiteindelijke ontwerpproces zien dat we hebben doorlopen om tot de handreiking te komen. Zoals te zien is, waren voor sommige stappen meer tijd en iteraties nodig dan voor andere.

Figuur 2.

Figuur 2

Cyclus zoals doorlopen, en mogelijke vervolgcycli van ontwerpend onderzoek. Lvb mensen met een licht verstandelijke beperking

Hoewel de handreiking een belangrijk product in dit project is, vormt deze, in tegenstelling tot veel andere handreikingen of richtlijnen, geen vaststaand, definitief eindproduct. Het is een relevant naslagwerk waarin kennis, tools en tips steeds kunnen worden aangevuld of doorontwikkeld. In de figuur zijn daarom vervolgcycli weergegeven voor het ontwikkelen van additionele tools met professionals, zoals gesprekskaarten, trainingssessies of deskundigheidsbevordering, of secties met thematische verdiepingen.

Een beperking van het breed behandelen van ‘gokken’ voor meerdere beroepsgroepen in onze handreiking, is dat we niet alle relevante onderwerpen hebben kunnen uitdiepen, bijvoorbeeld wat betreft gokproblemen onder ouderen, mensen met een licht verstandelijke beperking (lvb) of mensen met een migratieachtergrond. Deze kunnen in nieuwe double diamond-cycli van ontwikkelen, testen, aanpassen en leren ontwikkeld worden.

Juist omdat het domein van gokpreventie en vroegsignalering in ontwikkeling is, is deze flexibele aanpak belangrijk en heeft het ontwerpproces een open einde. De projectpartners werken aan een updatestrategie om geregeld nieuwe kennis, tools en vervolgproducten aan de handreiking toe te voegen.

3. Cocreatie leidt tot eigenaarschap

Ontwerpend onderzoek gaat over ‘mensgericht ontwerpen’ en stelt de eindgebruiker centraal. Professionals worden vaak overspoeld met handreikingen, leidraden, gidsen en e‑learnings op vergelijkbare thema’s. Het creëren en verspreiden van een extra handreiking over gokproblemen, zonder consultatie van de praktijk, vergroot het risico dat deze ‘in een la belandt’. Ontwerpend onderzoek zorgt niet alleen voor een beter passend en vollediger eindproduct, maar ook voor bewustwording en engagement. Het eindproduct is hiermee niet alleen vóór, maar ook ván de professional. Op aanvraag van de deelnemers besloten we alle bijdragende organisaties in het colofon te vermelden. Zo kunnen alle professionals aan hun collega’s binnen en buiten de organisatie laten zien dat de handreiking ook met hun hulp en inbreng tot stand is gekomen.

4. Door cocreatie begrijpen professionals elkaars taal

Cocreatie met professionals die in werkwijzen, (geografische) context en focuspunten verschillen, kan uitdagend zijn. Jongerenwerkers werken bijvoorbeeld op een informelere manier en vanuit een bredere rol met jongeren dan mbo-docenten. Jongerenwerkers komen vaak in beeld als een jongere ergens hulp bij nodig heeft, terwijl de prioriteit van een docent bij lesgeven ligt. En schuldhulpverleners komen pas in beeld wanneer er al sprake is van financiële problemen. Vroegsignalering van gokproblemen gebeurt bij hen vanuit een meer formele rol, om verergering van financiële problemen (al dan niet door gokken) te voorkomen. In het proces van ontwerpend onderzoek doorlopen verschillende professionals samen cyclisch de fasen, waarbij ze meermaals met elkaar in contact komen. Daardoor leren ze elkaars taal spreken en ontwikkelen ze een gezamenlijke taal rond het specifieke, en voor velen nieuwe, onderwerp ‘gokken’ en vroegsignalering. Om het eindproduct domeinoverstijgend in te kunnen zetten, is in overleg met de geraadpleegde professionals en preventiedeskundigen besloten om niet drie verschillende eindproducten voor de drie doelgroepen op te leveren, maar juist om één breed inzetbaar product te maken.

5. Cyclisch werken helpt bij behoeftedefiniëring op onbekend terrein

Mensen die nog beperkt kennis van een onderwerp hebben, vinden het soms lastig te bepalen waar ze behoefte aan hebben. Helder verwachtingsmanagement vanaf de start over wat wij als onderzoekers wél en niet kunnen betekenen, en duidelijke instructies met betrekking tot hun eigen rollen en het proces, zijn daarom belangrijk. De verschillende fasen in ontwerpend onderzoek hielpen professionals te reflecteren op conceptversies, en keer op keer na te denken over (aanvullende) behoeften.

Doordat we bij dezelfde personen terugkwamen, vonden we steeds nieuwe aanknopingspunten voor de handreiking en steeds meer aansluiting bij de taal en werkwijzen van de verschillende beroepsgroepen. In formeel beleid en wetgeving is ‘kansspelen’ bijvoorbeeld een gangbare term, maar in de handreiking is samen met professionals en projectpartners besloten om de meer informele term ‘gokken’ te gebruiken, en ook om de stigmatiserende term ‘gokkers’ te vermijden.

6. Onderzoekers verzamelen geen data maar ‘orkestreren’

De onderzoekers fungeerden als facilitators, procesbegeleider en verbinders, meer dan als traditionele dataverzamelaars. De belangrijkste rol betrof het samenbrengen van partijen en het organiseren van (groeps)sessies met professionals, preventiewerkers, mensen met ervaringskennis, de projectgroep en de stuurgroep. Het coördineren van verschillende stemmen tot één samenhangend geheel wordt in ontwerpend onderzoek ook wel ‘orkestreren’ (https://www.depubliekeontwerppraktijk.nl/wp-content/uploads/2025/10/PONT_ORKESTREREN.pdf) genoemd. Als onderzoeker zetten we als het ware een stap achteruit om de ruimte te geven aan de inzichten en behoeften van professionals.

Conclusie

Ontwerpend onderzoek is een vorm van transdisciplinair werken die past bij vraagstukken waarbij verschillen in inzicht, handelingsmogelijkheden en werkpraktijken bestaan. Het is een benadering die wetenschappelijke, professionele en ervaringskennis waardeert en integreert, en leren en ketensamenwerking in het sociaal domein en bij preventie ondersteunt.

Acknowledgments

Financiering

Dit onderzoek is gefinancierd door ZonMw binnen het programma Preventie van kansspelverslaving (doorbraakprojecten). Dossiernummer: 10450022310010. Het IVO is sinds 2025 onderdeel van Platform 31.

Data availability

All data supporting the findings of this work are included in the article.

Literatuur

  • 1.Rooij AJ van, Tuijnman A, Kleinjan M. Kansspelverslaving, gokgerelateerde schade en gokproblematiek: kennissynthese en onderzoeksagenda. Utrecht: Trimbos-instituut; 2021. [Google Scholar]
  • 2.Geurts S, Ruder F, Tuijnman A, et al. Gokken, gokschade en gokproblematiek. Kennisbehoefte van professionals. Kennisupdate 2025. Utrecht: Expertisecentrum Gokken, Trimbos-instituut; 2025. [Google Scholar]
  • 3.Forward C, Norrie C, Bramley S, et al. Gambling harms in adult social care: developing an ‘introductory’ question to identify gambling harms among service users. Br J Soc Work. 2023;53(8):3584–607. [Google Scholar]
  • 4.Heath N, Santos T, Milne K, et al. Understanding barriers and motivators for problem gambling screening by professionals in healthcare and social-assistance settings. J Public Health (Berl.). 2025.
  • 5.Nationaal Rapporteur Verslavingen. Gokken met Gezondheid: advies over online kansspelen. Den Haag: VWS; 2023. [Google Scholar]
  • 6.Wittmayer JM, Loorbach D, Bogner K, et al. Transformative research: knowledge and action for just sustainability transitions. DIT working paper for positioning transformative research. Rotterdam: Design Impact Transition Platform, Erasmus University Rotterdam; 2021.
  • 7.Berden J, Shamsaddini D, Wits E, et al. Gokproblemen: signaleren, bespreekbaar maken en samenwerken. Handreiking voor professionals. Den Haag: IVO/Platform31; 2025. [Google Scholar]

Associated Data

This section collects any data citations, data availability statements, or supplementary materials included in this article.

Data Availability Statement

All data supporting the findings of this work are included in the article.


Articles from Tsg are provided here courtesy of Springer

RESOURCES