Zes ambities van zorgverzekeraars.
In de eerste maand van dit nieuwe jaar presenteerden zorgverzekeraars het document 'De ggz in 2025.Vergezicht op de geestelijke gezondheidszorg'. Dit document is tot stand gekomen met behulp van bijna zeventig betrokkenen, onder wie (vertegenwoordigers van) cliënten en hun naasten, psychologen, psychiaters, huisartsen en toezichthouders. Zij presenteren hierin zes ambities voor betere behandeling, bekostiging en samenwerking in de ggz. Het zwaartepunt van dit document is de beschreven noodzaak om het heersende beeld van de functie van de ggz bij te sturen: van behandelen en genezen naar werken aan maatschappelijk herstel voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. De auteurs schrijven dat de ggz onder grote druk staat: veel instellingen zitten in de financiële problemen, er is een tekort aan personeel en er is sprake van een hoog ziekteverzuim. De zorgvraag groeit snel en lijkt bovendien steeds complexer te worden. De auteurs vinden het aanbod te versnipperd en te regionaal, met daarbij een moeilijk vast te stellen kwaliteit van het zorgaanbod. De zes ambities zijn:

Zorgverzekeraars willen de trend van onderbehandeling van zware klachten en overbehandeling van lichte klachten keren.
Samen met het ggz-veld worden goede, bewezen praktijken ontwikkeld, die op grotere schaal worden toegepast en die per 2022 via de nieuwe bekostigingssystematiek worden gefinancierd.
Zorgverzekeraars zetten in op het verbeteren van de samenwerking tussen de huisartsenzorg en de ggz-sector en op het versterken van het sociaal domein en de eerstelijn.
Zorgverzekeraars vragen de overheid om de gemeentelijke overheden via het Gemeentefonds voldoende en stabiel te financieren om hun taken waar te kunnen maken.
De overheid moet een heldere uitspraak doen over de afbakening van de aanspraak geneeskundige ggz in de Zorgverzekeringswet.
De overheid moet kwalitatieve toetredingsdrempels voor zorgaanbieders mogelijk maken.
Bron:
Bipolaire ouderen tijdens Covid-19.
Ouderen met een bipolaire stoornis zijn extra kwetsbaar voor een Covid-19-infectie, op verschillende manieren. Het is om deze reden voor hen essentieel zich aan de richtlijnen te houden, zoals deze zijn opgesteld door de Nederlandse overheid. Dit heeft mogelijk consequenties voor hun symptomen. De Covid-19-pandemie biedt de 'unieke mogelijkheid' om factoren van kwetsbaarheid en veerkracht te onderzoeken in deze groep. Orhan e.a. hebben hier een studie naar gedaan, onder 81 patiënten met een bipolaire stoornis met een minimum leeftijd van 50 jaar. Zij worden geïncludeerd vanuit het bestaande Dutch Older Bipolars (DOBi) cohort, waarvoor zij in 2017/2018 (baseline) al verschillende vragenlijsten hebben ingevuld. Deze data zijn vergeleken met data zoals verkregen in april 2020, tijdens de eerste periode van de Covid-19-pandemie (eerste golf). Uit de resultaten blijkt dat participanten minder symptomen lieten zien tijdens de eerste golf, ten opzichte van de baseline. Het niet hebben van kinderen, meer eenzaamheid, een lager gevoel van mastery, passieve coping en hogere niveaus van neuroticisme waren geassocieerd met meer symptomen tijdens de eerste golf. De resultaten bieden veelbelovende targets voor psychologische interventies die gericht zijn op het verminderen van symptomen in deze kwetsbare groep.

Bron:
Orhan, M., e.a. (2020). Psychiatric Symptoms during the COVID-19 outbreak in Older Adults with Bipolar Disorder.International journal of geriatric psychiatry, epub.
Heldere taal.
In het Nationaal Preventieakkoord is afgesproken dat alle zorgorganisaties in 2030 rookvrij zijn, om in 2040 naar een rookvrije generatie toe te werken. Steffie.nl heeft hiervoor een nieuwe website gelanceerd, namelijk www.roken.steffie.nl. Doel van deze website is om het stoppen met roken beter bespreekbaar te maken onder mensen met een verstandelijke beperking, en om de kans te vergroten dat zij stoppen met roken. Op de website zijn verschillende beeld- en geluidsfragmenten te vinden over roken, zoals over de voordelen van stoppen met roken. Overigens is stoppen met roken slechts één van de onderwerpen die extra eenvoudig zijn uitgelegd. Op de website staan namelijk nog veel meer websites die eenvoudige uitleg bieden over ingewikkelde onderwerpen, zoals over verzekeringen, geld, daten, vrije tijd, sociale vaardigheden en sociale media. Zo staan er op de website www.leerzelfonline.nl begrijpelijke en toegankelijk websites en apps die vooral bedoeld zijn voor mensen met een beperkte sociale zelfredzaamheid (plusminus 2,4 miljoen mensen). Dergelijke websites zetten de doelgroep vaak in bij de ontwikkeling en bieden hun eindproducten gratis aan.
Bron:

Nieuwe richtlijn beeldbellen.
Iedereen is en blijft voorlopig aan een beeldscherm gebonden, ook bij psychotherapie. Dit hadden Fisher e.a al vroeg in de corona-pandemie ingeschat.1 In hun artikel zetten zij een eerste stap om tot een richtlijn te komen voor het inzetten van ostensive cues en het bevorderen van het epistemisch vertrouwen bij beeldbellen. Grofweg kan epistemisch vertrouwen worden gedefinieerd als iemands openheid om sociale kennis te vergaren die persoonlijk relevant is en die in het algemeen een significante waarde heeft voor het individu. Dit leert het individu door interacties met anderen en hierdoor ontwikkelt iemand zich van jongs af aan. Ostensive cues spelen hierbij een grote rol; dit zijn signalen in de communicatie waardoor de ander zich gezien voelt. Ze bestaan uit 1) fysieke signalen (o.a. oogcontact, gezichtsuitdrukking, intonatie, afstand tot camera); 2) continuïteit in het persoonlijke verhaal (terugkerende thema's in sessies); en 3) een link maken naar de setting (beeldbellen, gedeelde ervaring benoemen). Ostensive cues helpen om het epistemisch vertrouwen te bevorderen, wat weer invloed heeft op iemands leervermogen en het effect van de behandeling. Veel cliënten zijn niet zo happig op het beeldbellen, maar de een heeft er meer moeite mee dan de ander. Fisher e.a. geven twee voorbeelden van hoe je ostensive cues kunt inzetten voor het bevorderen van het epistemisch vertrouwen bij beeldbellen. De eerste casus die zij daarvoor opvoeren betreft een cliënt met veel kenmerken van epistemisch vertrouwen, bij wie de behandelaars vooral inzetten op de continuïteit van het persoonlijk verhaal en de setting. De tweede casus betreft een cliënt met een laag epistemisch vertrouwen, bij wie de behandelaars inzetten op de fysieke signalen en het bespreken van de setting. Ze eindigen met de kanttekening dat dit een eerste aanzet is en dat verder onderzoek nodig is om deze richtlijn te valideren.

Bron:
1. Fisher, S., e.a. (2020) Let's face it: video conferencing psychotherapy requires the extensive use of ostensive cues. Counselling Psychiatry Quarterly, epub.
Contributor Information
Marieke Hesseling, Email: Gz-psychologie@bsl.nl.
Ilse Wielaard, Email: Gz-psychologie@bsl.nl.
