De coronapandemie heeft des te meer duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is om samen te werken. Bestuurders Anne Veldhof, Guy Schulpen en neurochirurg Wilco Peul hebben ervaring met netwerkzorg. Volgens hen is samenwerken de enige manier om de uitdagingen van de toekomst aan te kunnen.
Zowel in 2017 als in 2018 trof een griepepidemie veel kwetsbare ouderen. Anne Veldhof, tot voor kort directeur advies en behandelcentrum Omring: 'Er ontstond tijdens die epidemieën een grote druk op de SEH/HAP en ziekenhuizen, waar mensen uit de regio naartoe werden gebracht. In de regio Noord-Holland-Noord staken we de koppen bij elkaar om een antwoord te formuleren op de vraag: stel er komt weer een griepepidemie van deze omvang, hoe pak je dat dan samen beter aan? Dat resulteerde in het project Grip op Griep.'
Omring nam het initiatief om namens alle vvt-aanbieders en verwijzers in de regio te komen tot één centraal coördinatiepunt waar hbo-verpleegkundigen triageren en op basis van behoefte zorgen voor de inzet van de juiste zorg in een acute of subacute fase. Veldhof: 'Vanuit het coördinatiepunt zorgen wij dat alle beschikbare capaciteit in de vvt, zoals de bedden voor eerstelijnsverblijf (ELV), via een app en één nummer bereikbaar is voor alle verwijzers in de regio, inclusief de bijbehorende triage.'
Bruikbaar netwerk
Toen in 2020 het coronavirus Nederland bereikte, had de regio dus al een bruikbaar netwerk waarbinnen veel problemen konden worden opgelost. De ELV-afdeling van Omring in het ziekenhuis werd in de eerste fase al snel omgebouwd tot 'corona-unit', vertelt Veldhof. De afdeling was geschikt om coronapatiënten die nog veel zorg nodig hadden, maar redelijk stabiel waren, over te nemen van de ziekenhuizen. 'Zo ontstond weer ziekenhuiscapaciteit voor nieuwe patiënten die meer zorg nodig hadden. In onze regio's hebben we voor eventuele code- zwartscenario's ketenafspraken gemaakt. Veiligheids- regio, GGD, ambulance, ziekenhuizen, huisartsen en vvt kwamen wekelijks bijeen om hele schema's uit te werken en informatie te delen. Hoe ziet de triage eruit? Hoe verhouden de vvt-coördinatiepunten zich tot de andere partijen, wat hebben we van elkaar nodig?'
'Het heeft geen zin om in een hiërarchische wij-zij-verhouding in een keten te stappen'
ROAZ belangrijk
Daarnaast was het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ) een belangrijke partij. Zij coördineren, initiëren en faciliteren de samenwerking tussen alle betrokken partijen in de ROAZ-regio. Het gaat dan om de provincies Noord-Holland en Flevoland. Veldhof: 'Uiteraard zit je dan niet wekelijks met honderd man bij iedere vergadering. De deelnemers zitten daar als woordvoerder namens een bepaalde groep.' Daarbij moet je als zorgorganisatie of sector dus over je eigen schaduw heen stappen. Veldhofs advies: 'Weet wat de ambities en belangen van de andere partijen zijn en investeer daarin. Breng elkaar op de hoogte van wat er speelt. Het heeft geen zin om in een hiërarchische wij-zij-verhouding in een keten te stappen; je werkt tenslotte allemaal aan hetzelfde doel.'
Samenhang
Ook Guy Schulpen, medisch directeur van zorggroep ZIO, onderstreept het belang van netwerkzorg. 'We zijn dankzij corona nog bewuster van de samenhang tussen de verschillende zorgsegmenten dan voorheen.' Sinds 2013 werkt hij in de regio Maastricht-Heuvelland met twaalf partners als Alliantie Santé samen aan Blauwe Zorg, waarin drie doelen simultaan worden nagestreefd: een betere gezondheidstoestand van de patiënt, betere kwaliteit van zorg bij lagere of gelijke zorgkosten. De bestuurders delen het gedachtengoed dat ze duurzaamheid binnen de gezondheidszorg willen bewerkstelligen. De focus ligt hierbij niet op minder zorg leveren, maar op het anders inrichten van de zorg. Goede, toegankelijke en betaalbare zorg is volgens hen op de lange termijn alleen te leveren in samenwerking tussen burgers, aanbieders en financiers. Schulpen: 'Door de pandemie weten wij nu hoe de gezondheidszorg er over tien tot vijftien jaar zal uitzien. We stevenen af op een groot gebrek aan personeel en een enorme zorgvraag die we niet aankunnen. Als we blijven denken vanuit ik, mijn instelling en mijn belang, dan is het zorgsysteem niet meer toegankelijk voor iedere Nederlander.'
Doordat er een goed bestuurlijk netwerk was, was het eenvoudig schakelen in de regio tijdens de coronapandemie. Schulpen: 'We hebben toen de vruchten van de samenwerking geplukt. Het is duidelijk geworden hoe veel 'waterbedfenomenen' er in de zorg zitten. Als een ziekenhuis zegt de zorg niet meer aan te kunnen, loopt de thuiszorg vol of de huisarts over. Als je aan de ene kant duwt, bolt het aan de andere kant op. Om te kunnen netwerken moet je zorgorganisaties niet als concurrenten zien.'
Ook Veldhof benadrukt het belang van elkaar wat gunnen bij een samenwerking in netwerken: 'Weet wat de ambities en belangen van de andere partijen zijn en investeer daarin.'
Onderling vertrouwen
Neurochirurg Wilco Peul van het LUMC, HMC en HagaZiekenhuis in Leiden en Den Haag is het eens met de bestuurders dat onderling vertrouwen belangrijk is binnen een netwerk. 'Want als de puzzelstukjes niet passen en er heerst wantrouwen, dan is een samenwerking gedoemd te mislukken.'
Peul begon in 2008 met samenwerken in netwerken van ziekenhuizen. 'Als ik terug naar 2008 kon, zou ik eerder als medisch professional besturen dan als netwerkbestuurder. Ik zou ook minder de vergadercultuur van een ziekenhuis volgen. Verder zou ik alles hetzelfde doen. Onze oude Haagsche categorale Ursula Stichting in het bos van Wassenaar was een groots ziekenhuis voor neurochirurgie, neurologie en psychiatrie samen, met grote volumes van patiënten. Daar is om logistieke redenen van afgestapt. Mijn droom is dit optimaal functionerende en Europees erkende centrum te herstellen en vorm te geven in onze netwerkorganisatie Universitair Neurochirurgisch Centrum Holland (UNCH).'
'Als de puzzelstukjes niet passen, is een samenwerking gedoemd te mislukken'
Eén organisatie
Nog belangrijker dan vertrouwen is volgens Peul 'gezond omgaan met wantrouwen. De afgelopen tien tot vijftien jaar is alles gericht op marktwerking, waarbij de ziekenhuizen met elkaar competitief moeten concurreren alsof het winkels zijn. In dat veld moet je proberen samen te werken. Het gaat niet altijd goed met het concentreren van de zorg in netwerken. Er zitten vaak politieke belangen achter, zoals nu speelt bij de kinderhartchirurgie. Wij als UNCH zijn ook kwetsbaar, maar wij zijn één organisatie met centrale regionale coördinatie van patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs. In 2015 hebben we dit UNCH als coöperatie mogen beklinken met een Wbmv-vergunning (Vergunningen Wet bijzondere medische verrichtingen, red.). Met de raden van bestuur van Haga, HMC en LUMC is afgesproken dat we verantwoordelijk zijn voor de neurochirurgische zorg in de hele regio.' Als de politiek zich ermee gaat bemoeien en VWS vraagt om een onderverdeling, dan ontstaan er volgens Peul conflicten.
Vertrouwen bouw je op door meer met elkaar te praten, opereren en overleggen, stelt Peul. 'Een acteur-regisseur op een toneelacademie waar ik trainde in bestuurlijke communicatie zei: "Walk-the-Talk". Als je samenwerking wilt creëren, bijvoorbeeld tussen Leiden en Den Haag, moet je niet in driedelig grijs kostuum met stropdas zeggen hoe het moet en het zelf vervolgens niet doen. Dat werkt niet. Als er wantrouwen ontstaat, bijvoorbeeld herrie op de operatiekamers, dan moet je op de operatiekamers met elkaar op niveau levelen. Medisch specialisten, bestuurders en verpleegkundigen moeten in directe omgang met elkaar overleggen, dan ontstaat er vertrouwen.'
Maar samenwerken is niet alleen een zaak van zorgorganisaties, overheid en verzekeraars, merkt ZIO-directeur Schulpen op. Het is belangrijk dat de burgers nadenken over wat zij verwachten van de zorg. Schulpen: 'Wij vinden het een grondrecht dat de staat je verzorgt, maar dat geeft een enorme kostenpost en druk op de arbeidsmarkt. De jeugd-ggz wordt voornamelijk geconsumeerd door de rijkste burgers in Nederland. De zwakkeren maken daar minder gebruik van. Onze houding - "ik wil verzorgd worden en ik ben verzekerd, dus ik wil gratis hulp" - is niet meer houdbaar. Dat was mooi gedachtengoed in de jaren zeventig, maar in 2020 ligt dat anders. We moeten als samenleving kijken wat we overeind willen houden.'
Slimme zet
Anne Veldhof benadrukt nog eens de urgentie: 'Je wilt de juiste zorg op de juiste plek, maar er is een groeiend tekort aan zorgprofessionals. Dat lees, voel en hoor je overal. Ook neemt de vergrijzing steeds verder toe. Je weet dan dat je voor dingen komt te staan, waarin als je gaat dubbelen of niet de slimme zet naar de juiste plek doet, in de acute keten van zwart scenario naar zwart scenario gaat.' Zij wijst nog maar eens op de belemmering die de financiering van de zorg in Nederland vormt en verzucht: 'Ons denken is nog altijd penny wise, pound foolish.'

