Te veel praten over problemen kan riskant zijn voor de mentale gezondheid van meisjes. Ze hebben hierdoor meer kans op depressie en kunnen ook andere meisjes 'besmetten'. Scholen moeten proberen meisjes die het grootste risico lopen snel in het vizier te krijgen. Dit artikel biedt een handreiking.
Co-rumineren verwijst naar het excessief bespreken van zorgen en problemen en 'negatieve' emoties zoals angst, woede of somberheid in de context van een dyadische vriendschap. Meisjes doen dit meer dan jongens. Al tijdens de late kindertijd co-rumineren zij meer dan jongens en dit verschil neemt tijdens de adolescentie toe (Rose 2002; Rose en Rudolph 2006). Met name voor meisjes is co-rumineren in eerste instantie een aantrekkelijke emotieregulatiestrategie. Meer dan jongens hechten zij in deze fase waarde aan emotionele verbondenheid in hun vriendschappen. Ze zoeken dan ook vriendschappen waarin emotionele verbondenheid aanwezig is en kan intensiveren. Door te co-rumineren oefenen meisjes met het uiten en verwerken van emoties. Wanneer meisjes empathisch op elkaars emoties reageren, ontstaat verbondenheid die vriendschappen voor hen aantrekkelijk maakt (Rose en Rudolph 2006). Onderzoek bevestigt dit patroon: niet alleen leidt co-rumineren tot meer emotionele verbondenheid; omgekeerd voorspelt meer verbondenheid ook hogere niveaus van co-rumineren (zie bijvoorbeeld Rose et al. 2007). Het lijkt er dus op dat naarmate meisjes zich beter voelen in een vriendschapsrelatie ze met hun vriendinnen ook meer over hun problemen en zorgen durven te spreken.
Maar helemaal zonder risico is dit niet. Sinds de Amerikaanse onderzoeker Amanda Rose het construct co-rumineren twintig jaar geleden introduceerde, is veel onderzoek verricht naar de wisselwerking tussen co-rumineren en de ontwikkeling van depressieve stoornissen en klachten. Een van de meest invloedrijke studies is een meta-analyse van Spendelow en anderen (2016), die overtuigend verband laat zien tussen co-rumineren en de ontwikkeling van depressieve symptomen bij jongeren. Over de aard van dit verband weten we dankzij andere studies inmiddels ook veel: co-rumineren is voorspellend voor toekomstige depressies, en andersom zijn depressieve symptomen voorspellend voor verhoogde niveaus van co-rumineren (Hankin et al. 2010). Jongeren met hogere niveaus van co-rumineren ontwikkelen daarnaast sneller een de- pressieve episode. Dit zijn episodes die bovendien langer duren en ernstiger zijn (Stone et al. 2011).
Vooral meisjes zijn kwetsbaar. Zij lopen meer risico op het ontwikkelen van depressies dan jongens. Al op twaalfjarige leeftijd is er een verhoogd risico. De piek in sekseverschillen treedt op bij dertien- tot vijftienjarigen, waarna deze verschillen in de leeftijd van de zestien tot negentien jaar afnemen (Salk et al. 2018). De sekseverschillen zijn niet alleen te verklaren doordat meisjes meer risicofactoren hebben, ze ervaren de uitdaging die daarmee gepaard gaat bovendien als een grotere last dan jongens. Een van die risicofactoren is co-rumineren. Uit recent onderzoek blijkt dat meisjes die als gevolg van het co-rumineren in eerste instantie meteen depressieve symptomen ontwikkelen, minder gevoelens van verbondenheid ontwikkelen dan meisjes bij wie co-rumineren minder negatieve impact heeft op hun mentaal welbevinden. In situaties waarin co-rumineren gevoelens van verbondenheid in eerste instantie juist vergroot, is minder sprake van de ontwikkeling van depressieve symptomen (DiGiovanni et al. 2021). Deze verschillen in dynamiek roepen de vraag op onder welke condities de positieve effecten van co-rumineren ondersneeuwen.
Meisjes oefenen met co-rumineren het uiten van emoties
Depressietheorieën helpen hier meer inzicht in te krijgen. Deze beschrijven en verklaren hoe de effecten van afzonderlijke risicofactoren interacties met elkaar aangaan, waarvan de uiteindelijke negatieve impact veel groter is dan de optelsom van de afzonderlijke factoren. Een uitgangspunt van depressietheorieën is dat depressies zowel ontstaan uit, als bijdragen aan problemen in sociale relaties. De interpersoonlijke risicotheorie is er een van. Deze focust op depressies als een consequentie/gevolg van (al dan niet tijdelijke) interacties tussen inter- en intrapersoonlijke risicofactoren en de daarmee gepaard gaande problemen binnen sociale relaties (Rudolph 2009).
Hieronder bespreken we verschillende factoren die meisjes verhoogd kwetsbaar maken om als gevolg van co-rumineren depressies te ontwikkelen. Daarnaast bespreken we mechanismen die ervoor verantwoordelijk zijn dat meisjes elkaar via co-rumineren met depressies besmetten.
Interpersoonlijke factoren
De manier waarop meisjes over zorgen en problemen co-rumineren blijkt een verhoogde kwetsbaarheid voor de ontwikkeling van depressies te verklaren. Co-rumineren bestaat uit vier afzonderlijk te identificeren componenten die worden beschouwd als afzonderlijke emotieregulatiestrategieën: (1) Herkauwen van zorgen en problemen; (2) Speculeren over allerlei mogelijke oorzaken voor en gevolgen van zorgen en problemen; (3) Wederzijdse aanmoediging tot doorgaan met het bespreken van zorgen en problemen, en (4) Fixatie op negatieve gevoelens en gedachten die verbonden zijn met zorgen of problemen.
Teveel fixatie op emoties kan juist tot afwijzing leiden
Onderzoek van Rose en anderen (2014) toont aan dat veelvuldig gebruiken van herkauwen, speculeren en aanmoedigen tot meer gevoelens van onderlinge verbondenheid leidt. Vooral speculeren en aanmoedigen leiden tot betrokken, steunende reacties van vriendinnen, zoals iets bemoedigends zeggen, een vraag stellen, advies of een mening geven, of een soortgelijke eigen ervaring delen. Dit type reacties stimuleren verder praten over het probleem in kwestie en geven meisjes het gevoel ertoe te doen en serieus genomen te worden. Bemoedigende, betrokken reacties versterken positieve gevoelens zoals betrokkenheid en intimiteit.
Fixatie op negatieve gevoelens en gedachten stuit bij vriendinnen echter op niet-betrokken, afwijzende reacties met de intentie om de verteller te ontmoedigen of af te remmen. Voorbeelden van dit type reacties zijn het probleem minimaliseren, van onderwerp veranderen of het gesprek doelbewust stil laten vallen. Wanneer meisjes zich met de beste bedoelingen kwetsbaar opstellen zijn dit soort reacties teleurstellend en pijnlijk, omdat ze meisjes wellicht het gevoel geven er niet meer toe te doen, of zelfs dat zij hun vriendin tot last zijn. Wanneer deze reacties patronen worden en in communicatie verankerd raken, en gevoelens van zelftwijfel de communicatie binnendringen, brokkelen verbondenheid, intimiteit, zelfvertrouwen en vertrouwen in elkaar verder af. Deze interpersoonlijke stressoren, zoals we voorgaande processen noemen, veroorzaken depressieve klachten, die op hun beurt nieuwe niet-betrokken, afwijzende reacties generen. In deze negatieve spiraal verliezen vriendschappen langzaam hun glans en vertrouwdheid (Schwartz-Mette en Rose 2016).
Ook wát er wordt besproken speelt een rol. Co-rumineren blijkt tot meer risico's op depressies te leiden wanneer meisjes veel praten over problemen waarvan ze zichzelf de schuld geven, die ze in hun ogen hadden kunnen voorkomen of waar ze weinig tot geen controle over ervaren; er wordt eveneens een sterker verband gevonden wanneer meisjes co-rumineren over persoonlijke onderwerpen of interpersoonlijke stressoren (Moreira et al. 2016). De verklaring ligt in de autonomieontwikkeling als belangrijk aspect van de identiteitsvorming. Van meisjes wordt verwacht dat zij steeds onafhankelijker van volwassenen, probleemoplossende en besluitvormende vaardigheden toepassen en dit succesvol doen. Wanneer meisjes problemen ervaren bij deze ontwikkelingsopgaven en de oorzaken daarvan consistent toeschrijven aan hun eigen falen (negatieve attributies) tast dit hun zelfbeeld aan. Excessief co-rumineren over gevoelens van schuld, schaamte en onzekerheid ten gevolge van een negatief zelfbeeld tasten effectief probleemoplossend en besluitvormend handelen aan en leidt tot de ontwikkeling van depressies (Moreira et al. 2016).
De rol van sociale media mag hierbij niet over het hoofd worden gezien. Meisjes zijn de afgelopen jaren steeds meer via platforms als WhatsApp, Snapchat en TikTok gaan co-rumineren. Hoewel ze face to face meer over hun problemen en zorgen co-rumineren (dit voorziet in non-verbale bevestiging en aanmoediging; beloningen die meisjes aanmoedigen hun emoties te reguleren in het directe bijzijn van elkaar), blijkt co-rumineren via sociale media een negatief effect te hebben op mentaal welbevinden. Posts van meisjes gaan veelal over sociale vergelijkingen. Veel adolescente meisjes zijn gepreoccupeerd met vragen als 'hoe kom ik over?', 'hoe vinden ze me?', 'hoe zie ik eruit?'. Vaak ligt er zelftwijfel aan ten grondslag: is er wel iemand die mij opmerkt? Ben ik wel goed en mooi genoeg? Co-rumineren via social media leidt tot depressieve klachten wanneer meisjes zichzelf en de gebeurtenissen die zij op social media beschrijven vooral negatief en de ervaringen van andere meisjes juist erg positief evalueren (Battaglini et al. 2021). Hoe meer tijd meisjes spenderen aan digitaal co-rumineren, hoe meer zij face to face co-rumineren (Battaglini et al. 2021). De verklaring hiervoor is dat negatieve of neutrale reacties op social-mediaberichten en negatieve vergelijkingen leiden tot meer behoefte aan regulatie van negatieve emoties in direct contact.
Co-rumineren versterkt bij meisjes gevoel van verbondenheid
Onderzoek naar de vraag welke vriendschapskenmerken co-ruminerende meisjes vatbaar maken voor de ontwikkeling van depressies laat zien dat dit gebeurt bij vriendschappen van lage kwaliteit (Moreira et al. 2016). Meisjes karakteriseren hun vriendschap als een vriendschap van lage kwaliteit wanneer er geen of weinig wederkerigheid is met betrekking tot empathie, gevoelens van verbondenheid en het delen van vertrouwelijke informatie en er daarnaast veel conflicten en ruzies zijn. Een verklaring voor dit verband is dat het percentage niet betrokken en afwijzende reacties binnen dit type vriendschappen relatief hoog is (zie Rose et al. 2014). Meisjes piekeren vervolgens over het feit dat ze moeite hebben hun vriendinnen te vertrouwen of dat zij zich niet gezien, afgewezen of tot last voelen; ervaringen en gevoelens die het risico op de ontwikkeling van depressies aanjagen.
Intrapersoonlijke factoren
Mogelijke verklaringen voor de vraag hoe co-rumineren bij meisjes tot depressies leidt, worden ook in verband gebracht met intrapersoonlijke gevolgen van co-rumineren. Studies laten zien dat meisjes de passieve, repetitieve manier van met vrienden communiceren over problemen en zorgen individueel internaliseren en meer adaptieve, oplossingsgerichte manieren van reflectie verdringen (Bastin et al. 2021a). Dit noemen we rumineren, oftewel piekeren. Rumineren verwijst naar de tendens van meisjes om zich op een passieve en repetitieve manier te fixeren op negatieve gevoelens en op de mogelijke oorzaken voor en gevolgen van deze gevoelens. Onderzoek laat zien dat co-rumineren leidt tot meer rumineren, en dat meer rumineren leidt tot een toename van depressieve symptomen (Stone en Gibb 2015).
Maar niet alle ruminerende meisjes zijn even vatbaar voor het ontwikkelen van depressieve klachten. Meisjes die zich negatieve gebeurtenissen makkelijker herinneren dan positieve (negatief geheugen), die negatieve gebeurtenissen vaker aan zichzelf toeschrijven en positieve gebeurtenissen aan omstandigheden (negatieve attributies) en te kampen hebben met primair negatieve zelf-evaluaties, zijn in dit opzicht extra kwetsbaar. Deze negatieve cognities veroorzaken dat ze minder positieve emoties ontlenen aan hun vriendschappen en vaker piekeren over de vraag of ze hun vriendinnen tot last zijn. Ze zijn daarom ook vaker ongerust over het verliezen van hun vriendschappen (Hankin et al. 2010). Dit soort interpersoonlijke stressoren voorspellen een stijging in co-rumineren (Hankin et al. 2010).
Je vriendin niet meer kunnen steunen, is ook een risico
Co-rumineren kan dus de start betekenen van een negatieve spiraal: excessief praten over negatieve cognities leidt tot meer rumineren over interpersoonlijke stress, en deze stress veroorzaakt vervolgens een toename van depressieve klachten. Het nadelige effect van co-rumineren op de mentale gezondheid van meisjes wordt op deze manier steeds groter.
Temperament speelt een belangrijke rol in vatbaarheid voor co-rumineren en daarmee voor de ontwikkeling van depressies. Temperament wordt onderverdeeld in negatieve affectiviteit en positieve affectiviteit. Meisjes met een hoge negatieve affectiviteit hebben de neiging nieuwe situaties te vermijden. Zij ervaren hoge niveaus van stress en voelen zich over het algemeen bang, geagiteerd en gefrustreerd (Bastin et al., 2021b); meisjes met een hoge positieve affectiviteit hebben een grotere neiging om te exploreren; deze meisjes voelen zich doorgaans actief, gelukkig en enthousiast. Het onderzoek van Bastin en collega's (2021b) laat ook zien dat meisjes met hoge niveaus van positieve affectiviteit meer co-rumineren. Een verklaring hiervoor is deze meisjes meer vertrouwelijkheden over zichzelf uitwisselen en meer vertrouwen hebben in de empathie van hun vriendinnen. Zij zijn meer geneigd om hun negatieve gevoelens en negatieve gedachten te delen. De verbondenheid die hierdoor ontstaat, versterkt vervolgens het co-rumineren over negatieve gevoelens en gedachten.
Depressiebesmetting
Co-rumineren blijkt niet alleen individuele risico's op depressies te vergroten, maar vormt ook een risico voor onderlinge depressie-besmetting. Van depressiebesmetting is sprake wanneer de depressieve klachten van een van beide meisjes ten gevolge van hun dyadische interacties leiden tot depressieve klachten bij het andere meisje (Schwartz-Mette en Rose 2018). Vriendinnen met depressieve klachten co-rumineren doorgaans excessief over negatieve cognities, gevoelens van hopeloosheid, vermoeidheidsklachten, gebrek aan energie en slaapproblemen (Schwartz-Mette en Rose 2018). Meisjes die geconfronteerd worden met depressieve vriendinnen lopen via twee processen risico's om zelf depressieve klachten te ontwikkelen.
In de eerste plaats lopen zij risico op depressiebesmetting wanneer zij tijdens gesprekken emotionele overprikkeling ervaren in reactie op de negatieve cognities en gevoelens van hun vriendin. Chronische emotionele overprikkeling is een belangrijke risicofactor voor depressie (Schwartz-Mette en Rose 2018). Zo'n overprikkeling treedt ook op wanneer depressieve meisjes excessief bevestiging zoeken of juist negatieve feedback vragen tijdens het co-rumineren. Een van de hoofdkenmerken van de depressieve stoornis betreft een gering gevoel van eigenwaarde. Wanneer meisjes ten gevolge hiervan excessief bevestiging zoeken, vragen zij vriendinnen herhaaldelijk te bevestigen dat ze de moeite waard zijn en dat zij om hen geven. Meisjes die negatieve feedback vragen of opeisen, zoeken naar input om hun eigen negatieve gedachten te bevestigen. De onderzoekers laten zien dat meisjes die tijdens het co-rumineren structureel met dit type behoefte van hun vriendinnen worden geconfronteerd, vermoeid raken. Zij ontwikkelen gevoelens van irritatie en ervaren gevoelens van onvermogen om hun vriendin te steunen, wat leidt tot depressieve klachten.
Een tweede proces naar depressiebesmetting verloopt via conversationele zelf-focus. Meisjes die depressieve klachten hebben, vinden het moeilijk om negatieve gedachten over zichzelf tijdens gesprekken met vriendinnen los te laten. Zij hebben moeite om zich te concentreren op de inbreng van de ander. Dit heeft tot gevolg dat zij de neiging hebben om een gesprek over de problemen of zorgen van een vriendin voortdurend terug te leiden naar eigen zorgen en problemen (Schwartz-Mette Rose 2016). Vrien dinnen ervaren daardoor gebrek aan belangstelling, wederkerigheid, verbondenheid en steun. Vervolgens rumineren de meisjes over deze stressoren, waardoor depressieve klachten ontstaan (Schwartz-Mette en Rose 2018).
Schoolgerichte preventie
Scholen kunnen een belangrijke rol in de preventie spelen. In geen enkele andere levensfase is de intensiteit van meisjesvriendschappen zo groot als tijdens de adolescentie. Daarmee is het een belangrijke periode voor promotie van mentale gezondheidsvaardigheden die bijdragen aan gezonde vriendschappen. Scholen vormen een toegankelijke en laagdrempelige plek om problematische vriendschaps- en communicatiedynamiek te signaleren en meisjes te leren hoe zij op een gezonde manier met elkaar communiceren. Scholen zijn bovendien in staat om voor continuïteit in het ondersteuningsaanbod te zorgen.
Op dit moment hebben scholen echter nog weinig grip op co-ruminerende meisjes die depressieve klachten ontwikkelen. Schoolprofessionals geven aan dat zij pas een hulpvraag krijgen als depressieve klachten geëscaleerd zijn. Dan zijn er weinig andere opties dan meisjes aan te melden bij de GGZ. Scholen voelden voor COVID-19 al de urgentie om aan de diagnostiek en preventie van co-rumineren en depressies van meisjes te werken; deze urgentie is na lange de lockdowns waarin meer meisjes ernstige somberheidsklachten hebben ontwikkeld, groter geworden. Het ontbreekt professionals op dit moment aan kennis en vaardigheden om excessief co-rumineren bij meisjes te signaleren en deze meisjes vervolgens te helpen bij het aanleren van meer adaptieve manieren van communicatie. Hieronder bieden we handreikingen voor integrale samenwerking tussen sociaal-professionals en onderwijsprofessionals. De handreikingen zijn gebaseerd op de in dit artikel besproken in-zichten. Bovendien worden deze inzichten gecombineerd met kli-nische inzichten uit onze 'Happy Friends, Positive Minds'-studie.
Diagnostiek
Om vast te stellen of sprake is van risicovol co-rumineren en van depressiebesmetting is het raadzaam voor scholen om diagnostiek uit te voeren. Deze diagnostiek moet gericht zijn op het vaststellen van de aard en ernst van het risicoprofiel. Om dit risicoprofiel te kunnen duiden, moeten alle genoemde aspecten in kaart worden gebracht. We laten de diagnostiek van depressieve stemmingsstoornissen buiten beschouwing (deze wordt beschreven op de website van het Nederlands Jeugdinstituut). Met behulp van onderstaande tests verwerven scholen zich een integraal beeld van de problematische vriendschaps- en communicatiedynamiek van meisjes.
Scholen en ouders: wees je bewust van de risico's
Vragenlijst co-rumineren
Co-rumineren kan door scholen in kaart worden gebracht met behulp van de Nederlandse versie van de 'Co-rumination Questionnaire' (CRQ-short). Deze vragenlijst bestaat uit negen vragen over de ervaren communicatie met een beste of goede vriendin. Deze vragenlijst en de bijbehorende antwoordschaal zijn opvraagbaar bij de eerste auteur. De vragen kunnen bij het vermoeden van excessief co-rumineren worden gebruikt om een beeld te krijgen van de mate van co-rumineren, hoe vriendinnen hun onderlinge communicatie ervaren en of er discrepanties zijn in beleving.
Observatie
'Co-rumineren', 'conversationele self-focus' en 'type onderwerp' kunnen door getrainde en gecertificeerde observatiedeskundigen in kaart worden gebracht met behulp van de Nederlandse versie van de Co-rumineer Observatietaak (opvraagbaar bij de eerste auteur). Dit instrument is een vertaling en bewerking van de Amerikaanse observatietaak van Rose e.a. (2014). Deze observaties kunnen zowel op school worden uitgevoerd als digitaal plaatsvinden. Het leidt tot een gemiddelde totaalscore voor de mate van co-rumineren en tot een score op de vier afzonderlijk componenten van co-rumineren. Daarnaast wordt in kaart gebracht in hoeverre meisjes elkaar steunende en niet-steunende reacties geven. Deze observatie genereert tot slot een voor beide meisjes afzonderlijke score voor de mate waarin ze conversationele self-focus laten zien en over welk type onderwerpen meisjes co-rumineren.
Vragenlijsten
'Rumineren' kan in kaart worden gebracht met de vragenlijst Non-Productieve Denkprocessen voor Kinderen (NPDK): Piekeren en Rumineren. Deze vragenlijst bestaat uit tien vragen die de zelf-gerapporteerde mate van piekeren meten.
De 'kwaliteit van vriendschappen en interpersoonlijke stressoren' kunnen in kaart worden gebracht met behulp van de Nederlandse versie van de 'Network of Relationships Inventory' (NRI). Deze vragenlijst bestaat uit 36 vragen. Beide vragenlijsten en de bijbehorende antwoordschalen zijn tevens opvraagbaar bij de eerste auteur.
Samengevat
Dit artikel brengt in kaart wat we al weten over processen die co-ruminerende meisjes vatbaar maken voor de ontwikkeling van depressies. Het is belangrijk dat scholen meisjes met het beschreven risicoprofiel in een vroeg stadium in het vizier krijgen. De in dit artikel beschreven diagnostiekset geeft handreikingen daartoe. Op dit moment zijn er preventieprogramma's voor scholen in ontwikkeling; de eerste zullen in de zomer van 2023 beschikbaar komen. Wij hopen dat scholen in de tussenliggende periode baat hebben bij de handreikingen die we in dit artikel hebben geboden.
Literatuur
Spendelow, J. S., Simonds, L. M., & Avery, R. E. (2016). The relationship between co-rumination and internalizing problems: A systematic review and meta-analysis. Clinical Psychology and Psychotherapy, 24, 512-527.
De volledige literatuurlijst is opvraagbaar bij het redactiesecretariaat: KAP@bsl.nl.
Over de auteurs.
Dr. Patricia Vuijk is lector 'Meisjes en mentaal welbevinden' bij de Kenniscentra Zorginnovatie en Talentontwikkeling van Hogeschool Rotterdam. Ing. Ron Weerheijm is coördinator van het honoursonderwijs binnen Hogeschool Rotterdam.
Risicoprofiel van vriendschappen die meisjes kwetsbaar maken voor de ontwikkeling van depressies.
Een of beide meisjes zijn gefixeerd op praten over negatieve emoties die verbonden zijn met problemen, zorgen of interpersoonlijke stressoren.
De bij (1) genoemde negatieve emoties gaan over problemen of zorgen waarover een of beide meisjes weinig of geen controle ervaren of waarvan ze zichzelf de schuld geven.
Meisjes co-rumineren face to face en digitaal.
De vriendschap wordt door beide meisjes als zeer hecht ervaren.
De vriendschap wordt door een van beide meisjes als problematisch ervaren vanwege de aanwezigheid van interpersoonlijke stressoren.
Een of beide meisjes zijn verhoogd kwetsbaar voor rumineren, bijvoorbeeld door negatieve cognities of interpersoonlijke stressoren.
Een of beide meisjes hebben depressieve klachten, waardoor conversationele 'self-focus' en/of chronische emotionele overprikkeling zich intensiever manifesteren.
Handreikingen voor de preventie van co-rumineren.
Opleidingen moeten wetenschappelijke kennis en klinische inzichten over de invloed van sociale relaties op de mentale ontwikkeling van jongeren in hun curriculum integreren.
Professionals en ouders moeten zich bewust worden van het besmettingsgevaar van co-rumineren.
Professionals en ouders moeten zich bewust worden van de risico's van het aanmoedigen van meisjes om hun problemen en zorgen met elkaar te bespreken.
Schoolprofessionals doen er verstandig aan met meisjes te praten over hun vriendschappen. Deze gesprekken bieden meer inzicht in de aard en de ernst van problemen die meisjes hebben en leiden tot inzichten waarom meisjes ervoor kiezen problemen met elkaar te bespreken en niet met ouders of schoolprofessionals.
Wij adviseren scholen om aan ouders en leerlingen voorlichting te geven over de functie van vriendschappen bij emotieregulatie.
Sommige leerlingen kunnen baat hebben bij emotieregulatietraining. De website van het Nederlands Jeugdinstituut voorziet in effectief bewezen interventies.
Wij adviseren scholen voorlichting aan ouders te geven over hoe zij de vriendschappen van hun dochters kunnen begeleiden en ondersteunen.
Scholen en ouders doen er goed aan met meisjes in gesprek te gaan over de onderwerpen die zij op social media delen en hoe zij informatie delen.
Een geschikte methodiek voor bewustwording en gedragsverandering is Video Interactie Begeleiding. Het is aan te bevelen om gedragsdeskundigen bij dit proces te betrekken. Zij kunnen de diagnostiek voor hun rekening nemen en de resultaten samen met de Video Interactie Begeleiders analyseren en omzetten in een plan van aanpak.
Tot slot is het raadzaam meisjes te stimuleren om samen meer fysieke activiteiten te ondernemen en meer te bewegen.
Contributor Information
Patricia Vuijk, Email: kap@bsl.nl.
Ron Weerheijm, Email: kap@bsl.nl.



